dinsdag 9 oktober 2018

Integreren, hoe dan? Wat Third Culture Kids ons kunnen leren over integratie


Integratie = Nederlander worden?

Op 4 oktober publiceerde de Telegraaf een interview met Dominic Boot over zijn frustraties met integratie. Hij schreef: “We willen toch toe naar e één land en één cultuur, waar we gezamenlijk voor mijn part het Wilhelmus zingen, waar we weten wie onze zeehelden zijn en waar we de Nederlandse geschiedenis leren – in plaats van die te veroordelen, wat tegenwoordig zo vaak gebeurt? Draag als buurthuis uit: jullie moeten uiteindelijk Nederlander worden.” Zonder af te willen doen aan de pijnlijke situatie van meneer Boot (afgewezen worden als taalvrijwilliger vanwege zijn geslacht) vind ik zijn doel van integratie onwenselijk en onhaalbaar.

Onwenselijk, omdat elke cultuur, ook de Nederlandse, haar eigen mooie en minder mooie kanten heeft en haar eigen blinde vlekken. Juist in de interculturele ontmoeting leren we onze eigen cultuur kennen en kunnen we groeien als mens en maatschappij. Dat is toch juist ook de leut van het maken van verre reizen?
Onhaalbaar ook: socialisatie –i.e. het proces waardoor mensen hun culturele identiteit ontwikkelen – is een complex, levenslang en grotendeels onbewust proces. Een inburgeringscursus, hoe goed ook opgezet, vormt hoogstens een steentje in het mozaïek van iemands culturele identiteit.

De koffer van een migrant 

Migranten kunnen zeker gewaardeerde leden van de Nederlandse samenleving worden. Ik wens het elke migrant toe dat ze zich gaan thuis voelen in Nederland dat ze hier opbloeien en een goed leven zullen hebben, goed voor zichzelf en goed voor hun omgeving. Maar migranten nemen altijd hun eigen levenservaring mee: een koffer gevuld met ervaringen, kennis, wereldbeeld en culturele waarden. En die koffer kunnen en zouden ze niet moeten weggooien om in Nederland te leven. Ik heb zelf een aantal keer mee gemaakt dat ik in een nieuwe context terecht kwam waar nauwelijks oog, laat staan respect, was voor mijn ‘koffer’. Ik vond het bijna onmogelijk om in zo’n context betekenisvol te kunnen bijdragen. Niet omdat ik niet zag wat ik zou kunnen bijdragen, maar vooral omdat de mensen om me heen niet openstonden voor mijn bijdrage. Ik vrees dat we als samenleving op grote schaal de waardevolle input van migranten missen, omdat we het simpelweg over het hoofd zien in onze pogingen hen te helpen ‘integreren’.

Hoe Third Culture Kids integreren

In een vorig blok had ik het in een voetnoot al over Third Culture kids: kinderen die opgroeien in een andere cultuur dan de cultuur van hun ouders. Deze kinderen worden Third Culture Kids genoemd omdat zij een eigen culturele identiteit zullen ontwikkelen dat, als het goed is, een mengvorm zal zijn van de cultuur van hun ouders en de cultuur van het land waar ze in opgroeien. Deze culturele identiteit kan een echte mengvorm zijn, of er kan compartimentalisatie optreden: kinderen gaan hun gedrag, en de normen en waarden waar ze naar leven aanpassen aan de context waar ze zich op dat moment bevinden. Ik sprak laatst een ervaren buurtwerker die dit laatste veel zag gebeuren bij de kinderen uit ‘zijn’ wijk. De gevolgen voor henzelf en voor hun omgeving zijn helaas behoorlijk negatief.


Integratie in een multi-culturele samenleving lijkt op het socialisatieproces van Third Culture Kids, alleen dan op groepsniveau. Bij succesvolle integratie komen mensen uit verschillende culturen met elkaar in aanraking, gaan actief op zoek naar positieve manieren om met elkaar samen te leven, en zo ontstaat langzaam een “derde cultuur”, een mengvorm van de verschillende culturen waarin iedereen zich thuis kan voelen. Bij falende integratie ontstaan er in de samenleving compartimenten van verschillende culturen. Om te kunnen overleven in de verschillende contexten moet je je steeds vergaand aanpassen aan de context waarin je je op dat moment bevindt. Resultaat: onbegrip, verlies van waardevolle middelen, en heel veel doodvermoeide mensen.

Ingrediënten voor succesvolle integratie

Onderzoek wijst uit dat succesvolle integratie het makkelijkst verloopt in een context waarin iedereen zichzelf als nieuwkomer beschouwt. Toen ik ging studeren in een ander deel van Nederland was ik van te voren vreselijk zenuwachtig over de overgang. Mijn moeder stelde me gerust met de woorden: “Bedenk dat iedereen nieuw is”. Ze had gelijk, mijn jaargenoten waren allemaal nieuw, hadden allemaal behoefte aan nieuwe vriendschappen en dus ging het integratieproces relatief snel. Het kostte me ongeveer een jaar om me thuis te gaan voelen eerst in Leiden, later tijdens mijn promotie in Delft ook. Toen ik verhuisde naar Zaandam kwam ik echter in een context waarin ik de enige nieuwkomer was. Het integratieproces duurde aanzienlijk langer, want niemand zat op me te wachten. Oudgedienden hebben hun leven op orde, hun werk, hun vriendenkring, hun hobbies en vinden het wel best. Om een plaats te veroveren in hun leven en hart moest ik hard werken en veel geduld hebben. Pas na 5 jaar, rond de geboorte van mijn dochter ontdekte ik dat ik echte vriendinnen had gemaakt en begon het gevoel te krijgen een beetje erbij te horen. Pratend met veel leeftijdsgenoten merkte ik dat ik deze ervaring deel met vrijwel iedereen die als werkende naar een andere stad verhuis, en dus ook met mijn migrant-vrienden.


Lessen voor oudgedienden

Wat kunnen we nu als oudgedienden in de Nederlandse samenleving leren van Third Culture Kids? Ik trek drie lessen, simpel te trekken, moeilijk uit te voeren: 1) laat de verwachting/wens los dat jouw “Nederlandse” cultuur onveranderd moet of kan blijven, enkel omdat je eerst was. Cultuur verandert, dat kan je als volwassene best aan. 2) Stel je leven blijvend open voor nieuwkomers. Ik heb zo’n “een vraag per dag”-dagboek. Een van de vragen is: “Heb je de laatste tijd nog nieuwe vrienden gemaakt?” Ik stel voor dat we ons leven lang die vraag met grote regelmaat bevestigend kunnen beantwoorden. 3) Tenslotte, blijf genieten van de culturen om je heen. Je hoeft niet meer een verre reis te maken om cultuur te kunnen snuiven. Je loopt gewoon eens binnen bij de plaatselijke Turkse/Marokkaanse/Aziatische/Ethiopische supermarkt. En dat is dan meteen ook een stuk duurzamer.





maandag 1 oktober 2018

Verduurzamen, hoe dan? afl. 1 Huisje BOOMPJE Beestje of de weg naar een groene tuin

Al heb ik zonnepanelen op mijn dak, toch zou ik nog best wel duurzamer kunnen leven. Dit jaar daag ik mezelf uit: elke maand ga ik mezelf een nieuwe duurzame gewoonte aanleren, of iets aan mijn huis verduurzamen.

Afgelopen lente gaven we een klein feestje voor onze familie, toen ik pardoes met mijn tuinstoel door mijn terras zakte. Een muis had zich afgelopen winter blijkbaar een woning verschaft onder ons terras, vlakbij onze spouwmuur. Lekker warm.

Wij kochten 2 jaar geleden ons huis met een "onderhoudsarme tuin": Een postzegel van een tuin in de randstad. Ons huis is een dame op leeftijd en dus ligt onze tuin een beetje lager dan de achterdeur. Het bleek een ware uitdaging voor onze kruipende dochter. In een onbewaakt ogenblik rook ze de vrijheid, kroop naar buiten en viel met haar gezichtje op de stenen. Ik liet meteen het idee los dat een onderhoudsarme tuin zo fijn is voor kinderen. Onze tuin ligt op het Zuidwesten, dus van de zomer hadden we dus volop zon. In juli leek onze "onderhoudsarme tuin" meer een veredelde sauna en ik droomde van een groene oase. Het beeld "ieder zat onder zijn eigen boom" voor een periode van vrede en voorspoed klinkt volkomen zinnig als je zit te puffen in een "onderhoudsarme tuin".

Tijd dus om onze tuin opnieuw in te richten, en wij wilden graag een groene tuin. Bijkomend voordeel: een groene tuin is ook nog duurzaam. In een gemiddelde stad is 70-90% van het oppervlak bebouwd of bestraat. Al dit grijs is natuurlijk superhandig voor de bereikbaarheid, maar er kleven ook wat nadelen aan. De belangrijkste nadelen zijn: 1) grotere kans op wateroverlast, 2) meer hittestress in de zomer, 3) een verarming van de biodiversiteit. Op https://dialoog.wur.nl/uitgelicht/klimaatslimme-stad-meer-groen/ staan deze nadelen goed beschreven en ook waarom vergroening helpt. Kort gezegd: Water kan de grond intrekken als er geen beton op ligt; Vegetatie zorgt voor schaduw en verkoeling in de zomer; vegetatie zorgt ervoor dat meer dieren kunnen overleven in de stad.


Nu zijn we niet de enige die best een groene tuin willen, maar uit onderzoek blijkt dat er best wel wat praktische redenen zijn waarom mensen hun tuin toch niet vergroenen. Zie bijvoorbeeld: https://www.rainproof.nl/sites/default/files/van_grijze_naar_groene_tuinen_samenvatting_voor_praktijk.pdf Een van de redenen is dat mensen niet goed weten waar te beginnen. Daarom deze blog: ter inspiratie.

Het ontwerp
Wij hebben beiden nog geen hele groene vingers, dus onze groene tuin moest niet te ingewikkeld worden. Daarnaast wonen er in de buurt nogal wat katten. Niets ten nadele van katten, maar kattenpoep stinkt en is potentieel gevaarlijk voor kleine kinderen. Onze oude plantenborder werd al gebruikt als openbare kattenbak, dus onze groene tuin moest niet door de buurtkatten worden gezien als een uitbreiding van de openbare faciliteiten. Ten derde moest de tuin onze kinderen stimuleren om lekker buiten te gaan spelen. 

Onze keus viel om deze drie redenen op een flinke grasmat:
Ik las op internet dat katten hun poep graag begraven, dus een tuin waarin ze niet goed kunnen graven (omdat 'ie helemaal begroeid is bijvoorbeeld) schijnt het beste te zijn tegen kattenpoep. In theorie zou gras dus een kat ontmoedigen daar te poepen. Een tuin waar mijn dreumes zelf in en uit kan kruipen lijkt me ideaal: Gras bij de voordeur is lekker zacht voor haar, en ze vindt gras oneindig fascinerend. Gras is ook niet zo ingewikkeld te onderhouden: gras maaien, af en toe bemesten, en 1x per jaar verticuteren. We hopen dat we deze klussen nog wel onder de knie krijgen. 

Onze luie tuiniergenen inspireerden ons om een druppelleiding onder de grasmat aan te leggen. Op droge dagen kunnen we ons gras makkelijk bewateren.

Op het balkon van onze vorige woning hadden we gemoestuinierd in grote bakken. We zouden ook graag in onze tuin een moestuintje hebben, maar de Zaanse grond is niet zo schoon, dus moestuinieren in de volle grond is niet zo'n goed idee. We besloten om een deel van de bestaande border af te graven. De bodem bedekten we met worteldoek en we schermden het afgegraven deel af met een muurtje van onze oude terrastegels. Op het worteldoek storten we schone grond. In dit gedeelte gaan we kruiden en vruchten verbouwen. We moeten nog een oplossing vinden voor de slakken, maar we hebben nog even voor het nieuwe moestuinseizoen weer begint. Het kattenprobleem pakten we aan door op de border een afschermdoek te leggen, dat wel water doorlaat maar onkruid schijnt tegen te houden. En deze doek houdt ook katten tegen om hun poep in onze tuin te begraven.  

Achter in de tuin hebben we een houten vlonder met pergola gerealiseerd. Aan de pergola hangen nu schommels. Op termijn willen we er ook nog een glijbaan aan bouwen. In de zomer kunnen we aan de pergola een hangmat aanhangen. Wanneer de kinderen groter zijn, kunnen de schommels en glijbaan weg. Achteraf blijkt een houten vlonder niet te tellen als vergroening, maar het water kan wel wegstromen de grond in en hout verkoelt ook. Dus ik vond het toch een vooruitgang op steen. In de hoek bij ons huis komt een zandbak met aan de schutting een schoolbord zodat de kinderen ook kunnen krijten. Dit is het enige niet groene plek in de tuin. Ik denk wel dat het de kinderen zal stimuleren lekker buiten te gaan spelen en dat wilden we ook graag. 

Een laatste anti-kat maatregel is de aanschaf van een kattensensor: bij het binnendringen van een kat in de tuin geeft het apparaat een ultrasoon geluid af waar de katten niet van houden. We zullen zien hoe effectief dit apparaat is. Er is ook nog een soort supersooker-versie: een binnendringer wordt bestookt met een straal water. 


Onze onderhoudsarme tuin was 75% grijs. Na verbouwing is de tuin 75%-95% groen (afhankelijk van hoe je het vlonder rekent). Kosten: +/- 1500 euro en 2 weken hard werken. Ons eigen mini-oasetje in de drukke randstad. Laat zomer 2019 maar komen.











maandag 17 september 2018

Integreren, hoe dan? afl. 9 Het onuitspreekbaar walgelijke



Een doeltreffende manier om iemand te beledigen is iets doen in zijn nabijheid dat hij ECHT HEEL VIES vindt. Of iemand beschuldigen dat hij iets ECHT HEEL VIES doet. Laat nu "het onuitspreekbaar walgelijke" deels cultureel bepaald zijn. En daarnaast in de meeste culturen een taboe van formaat zijn. Een klassieke mix voor interculturele botsingen dus.

Geloof je me niet? Hoe verklaar je dan dat mijn lieve en ruimdenkende nicht een land in het Midden-Oosten het vieste land noemde dat ze ooit had bezocht; terwijl mijn Arabische vrienden gruwen bij Nederlanders die hun schoenen aanhouden als ze op bezoek komen. Ikzelf beledigde ooit een Eritrese vriendin door mijn tanden te poetsen boven de keukengootsteen, en was zelf geshockeerd met wat voor gemak afval uit de bus werd gegooid in Jordanië. Amerikaanse vrienden wilden elke dag schone handdoeken, maar droegen wel dagen aan een dezelfde kleren. Mijn Australische schoonzus walgde ervan als Nederlanders hun handen niet wasten na toiletbezoek. (Nou ja dat vind ik eerlijk gezegd ook erg vies.)

Kortom: Wat als enigzins onhygiënisch wordt gezien in de ene cultuur, is in een andere cultuur reden om te rillen van gruwelijkheid.

In een multi-culturele setting is het dus vrij eenvoudig elkaar te laten gruwelen door je eigen hygiënische gewoontes. En aangezien hygiëne niet precies een onderwerp is waar je het onder het genot van en hapje en drankje uitgebreid over hebt, zijn we ons vaak niet bewust van onze hygiënische faux-pas.

In het algemeen denk ik dat in de Nederlandse cultuur de netheid van de buitenruimte erg belangrijk is, terwijl in veel andere culturen de hygiëne van de persoonlijke ruimte belangrijker is. In Nederland is de buitenruimte "van iedereen" en daarom zijn we er samen verantwoordelijk voor. Een Nederlander die op straat spuugt, zijn afval op straat dumpt, of op een andere manier de buitenruimte vervuild wordt daarom gezien als een 'aso'. In veel andere culturen is de buitenruimte "van niemand", en dus is niemand er verantwoordelijk voor. Nou ja, de overheid is er verantwoordelijk voor. Je afval laten slingeren is werkverschaffing. De buitenruimte vervuilen is niet zo'n faux pas als in Nederland.

De persoonlijke ruimte moet wel schoon zijn. En de persoonlijke ruimte van een ander bevuil je per definitie niet. Mijn Eritrese vriendin was daarom zo verbolgen over mijn tandenpoets-actie: de keuken is alleen voor eten bereiden. Schoenen zijn voor buiten, handen was je na elk toiletbezoek met zeep.

In een interculturele setting is het dus zaak om elkaars hygiënische gewoontes te leren kennen, maar hoe? De indirecte communicatie-methode is waarschijnlijk een belangrijke eerste strategie. Het is vreselijk beledigend om zichtbaar te gruwen over de gewoontes van je gesprekspartner. Gruwen over de vieze gewoontes van een derde is minder erg (maar zorg dat die derde dit niet weet). Leer je meteen waar je gesprekspartner van gruwt.

Overigens, de meeste hygiëne-regels uit vreemde culturen zijn best logisch. Maar bij sommige regels had ik gewoon nooit zo stil gestaan. Wij hebben door de jaren heen flink wat van die regels geadopteerd in ons huis: schoenen uit, handen wassen, niet in het openbaar in je neus pulken. Zo kunnen we in een interculturele setting leren van elkaar en elkaar stimuleren betere gewoontes te ontwikkelen. Zodat we op termijn alleen nog maar gruwen van Nederlandse kleuter-grapjes. Die giechelen namelijk nog heerlijk over "Het Onuitspreekbare Walgelijke". Laten we dat maar zo houden.  

dinsdag 11 september 2018

Integreren, hoe dan? afl. 8 Machtsafstand


https://politiek.tpo.nl/2017/10/13/fotos-mark-rutte-stapt-jaren-weer-eens-op-fiets/
Onze minister-president gaat op de fiets door Den Haag. En daar zijn we als Nederlanders trots op. Niet vanwege de duurzaamheid van de fiets, maar omdat onze minister-president dus ‘zo gewoon is gebleven’, ‘niet omhoog is gevallen’.  In Nederland denken we dat gezag, en de bijbehorende macht, gerelateerd is aan de functie die iemand bekleed. Machtsoverdracht is dus ook relatief eenvoudig: je termijn zit erop en dus gaat de functie en het bijbehorende gezag naar de volgende functionaris. 

We zijn collectief allergisch voor machtsafstand en gefixeerd op gelijkheid. Vandaar ook onze obsessie met handen schudden: mannen die vrouwen een hand schudden, zouden daarmee communiceren dat zij vrouwen als gelijkwaardig zien. Maar met deze allergie zijn we echt een vreemde eend in de bijt in de wereld. Bij twee verschillende cursussen werd ons als cursisten gevraagd een machtspuntenlijst in te vullen: ben je man (1 punt), ben je getrouwd (1 punt), heb je kinderen (1 punt), heb je een Master (1 punt), een fancy auto (1 punt), een mooie computer (1 punt), spreek je Nederlands (1 punt) etc. Het viel mij op dat veel Nederlanders erg begonnen te sputteren bij het doen van deze oefening: Deze eigenschappen horen helemaal niet te zorgen voor meer macht! 

Tja, ik zou ook willen dat er niet zoiets was als machtsafstand. Maar helaas het maakt wel uit. En voor je beweert dat deze eigenschappen in Nederland niet zorgen voor macht: we hebben nog nooit een vrouwelijke minister-president gehad; aan mijn man is nooit gevraagd tijdens een sollicitatiegesprek of hij een kinderwens had, en we gaan massaal op hoge poten naar de juf als ons kind een VMBO-advies krijgt. Het maakt dus stiekem wel uit. 

Maar, als ‘machtige’ moet je vooral zo gewoon mogelijk blijven doen: met de fiets naar je werk, iedereen mag je tutoyeren, en een leuke practical joke op zijn tijd ten koste van jou, moet je vooral erg waarderen. Deze ‘logic of appropriateness’ zoals dat in politicologische termen heet, wijkt erg af van veel andere landen. Zelfs in Engeland en Frankrijk zijn de verwachtingen van gezaghebbenden anders. In sterk hiërarchische landen hoort een persoon met gezag niet alleen de beslissingen te nemen, maar ook de eer van de community hoog te houden door bijvoorbeeld een mooie auto te rijden. Hij kan niet zomaar vervangen worden, want het gezag is aan de persoon en niet aan de functie gekoppeld. Ook hoe je omgaat met machthebbers verschilt per cultuur. In veel culturen is bijvoorbeeld het tegenspreken van mensen met meer machtspunten een no-go. Je houdt je mond totdat je uitgenodigd wordt om te spreken. 

Wat voor gevolgen hebben deze verschillen nu in multi-culturele settings. Toen ik lesgaf aan de universiteit zag ik steeds hetzelfde mechanisme: Als ik de vloer open gooide voor een open debat, zag ik een prachtige discussie tussen met name blanke, Nederlandse mannelijke studenten, aangevuld met de extravertere Nederlandse vrouwelijke studenten. Mijn ‘third-culture[1]’ studenten kwamen er op eigen houtje vaak niet goed tussen.

Nu wisten deze TK-studenten best dat ze behoorden mee te discussiëren. Als ze de kans kregen, hadden ze zelfs vaak heel goede punten in te brengen. Daarom vermoed ik dat dit mechanisme een gevolg is van verschil in reactiesnelheid. Om over je interne culturele barrière te stappen, heb je een paar seconden nodig. In een "open" debat met studiegenoten zonder culturele barrière ben je dan vaak net te laat. Een Hollander is al begonnen met praten.

Voor de discussie in zo'n seminar hielp het daarom erg om als docent wat meer sturing te geven: ik maakte gebruik van trucs als “de talking stick”, het “overleg eerst met je buurman en geef samen een antwoord”, en klassieke debat-vormen. Ook indirectere vraagstelling kan helpen: Hoe zou gezaghebbend persoon x uit cultuur y hierop reageren? De juiste balans hierin bewaren was wel een grote uitdaging: teveel sturing en de Nederlandse studenten haakten af.  

Niet elke discussie vindt plaats in een klaslokaal, dus de vraag rijst: hoe kunnen we in andere settings elkaar genoeg ruimte geven om voluit mee te praten? Voor Nederlanders is bewustwording van machtsongelijkheid een belangrijke eerste stap: een open gesprek is nog niet een gelijkwaardig of inclusief gesprek. Een open samenleving is nog geen inclusieve samenleving. Machtsafstand is er, ook in Nederland. Wanneer we dit blijven negeren, blijven er mensen met minder (ervaren) macht buiten de boot vallen. En dan, terwijl je bewust raakt van machtsafstanden, wees eens lief en tel in je hoofd tot 5 voor je reageert, of vraag eens hoe er in zijn cultuur naar gekeken wordt. Je third-culture of niet-Nederlandse gesprekspartner heeft vast een ander en dus vernieuwend perspectief. Mis je dat perspectief de volgende keer niet meer!



[1] Third culture kids zijn kinderen die opgroeien in een andere cultuur dan de cultuur van hun ouders. Zij ontwikkelen een eigen ‘derde cultuur’ dat een mengvorm is van de cultuur van de ouders en de cultuur van het land waarin ze opgroeien. In dit geval bedoel ik dus die Nederlandse studenten wiens ouders uit een andere cultuur komen.

dinsdag 28 augustus 2018

Integreren, hoe dan? afl 7 Tijd



Tien jaar geleden trouwde een van mijn beste vriendinnen met een Zuid-Amerikaan. Wij waren nog yup en zagen een mooie smoes voor een prachtige reis naar Zuid-Amerika. Dus we pakten onze koffers en vlogen naar Zuid-Amerika voor de bruiloft. We hadden een uitnodiging gekregen voor de bruiloft waarop stond dat het zou beginnen om half vier. Om half vier kwamen we aan op de feestlocatie en… er was niemand. De bruidegom stond nog onder de douche, de feestlocatie werd nog opgetuigd. Twee uur later begon de ceremonie pas, en iedereen leek het te weten. Alleen wij rare Nederlanders zaten daar 2 uur duimen te draaien.

Nederlanders maken een afspraak: je bent er en je bent op tijd. Door op tijd te komen laat je zien dat je de persoon met wie je een afspraak hebt waardevol vindt, want je dwingt hem niet zijn tijd te verdoen. Regen, file, onverwachts bezoek dat voor je deur staat: het is in Nederland allemaal geen geldig excuus voor te laat komen. Voor belangrijke zakelijke afspraken calculeer je vertraging in; dan loop je maar een extra rondje voordat je naar binnen gaat. Voor informelere afspraken hebben we het “huppeldepup” kwartiertje: Ik heb inmiddels kennisgemaakt met het Brabants kwartiertje, het Leids kwartiertje, het Delfts kwartiertje, het academisch kwartiertje, het Zaans kwartiertje. Kortom: in Nederland mag je bij informelere afspraken maximaal 15 minuten te laat komen. Als ik  te laat dreig te komen, bel of app ik even. Dat is noodzakelijk voor mijn eigen gemoedsrust.

Mijn niet-westerse vriendinnen halen rustig hun schouders op over mijn 15-minuten-te-laat appje. Een lunchafspraak om 12:00? Aangezien voorbereidingen en reistijd ook horen bij de gebeurtenis ‘lunchen’, betekent die afspraak voor hen zoiets als: ergens tegen enen wordt je verwacht. Regen en onverwachts bezoek zijn natuurlijk redenen dat je niet komt. Over afzeggen wegens regen hoef je niet eens te bellen, natuurlijk gaat het dan niet door. Het is beledigend om onverwachts bezoek de deur te wijzen, dus zeg je je volgende afspraak af, of kom je niet opdagen. 

Deze verschillende interpretaties van tijd zijn een recept voor culturele botsingen in een multi-culturele samenleving. Ik ken helaas verschillende voorbeelden van jongeren die door deze botsing in de problemen komen. Ze zijn bijvoorbeeld niet op tijd op hun werk, doordat ze thuis plotseling in moesten springen en daardoor verliezen ze hun baan.

Een van de dingen die kan helpen is vroegtijdig over deze verschillen praten. Een vriendin van mij vertelde me dat ze na 4 jaar heeft ontdekt dat je in Nederland 15 minuten te vroeg moet komen, en dat ze dat graag meteen in het begin had geweten. Bovendien, in een vroegtijdig gesprek zijn de frustraties over en weer nog niet zo hoog opgelopen dat genade geen kans meer heeft. Laten we daarom dit gesprek snel voeren met nieuwkomers: Hoe beleven we tijd? Waarom vind je op tijd komen zo belangrijk/ waarom kan je geen nee zeggen tegen onverwachts bezoek? Hoe kunnen we hier samen een weg in vinden?

Een andere optie leerde ik van een Nederlandse coach een paar jaar geleden:  Hij besloot de term “te laat” te vervangen voor “laat”. Iemand kon “laat” zijn, maar niet meer "te laat". “Te laat” gaf alleen maar heel veel stress. Door zijn tijd ruimer in te delen, kon hij het ‘laat zijn’ van zijn cliënten ondervangen. Dit lijkt mij een mooie middenweg: In informele settings vervangen we de uitdrukking “te laat” voor “laat”.  Als de ander laat is, halen we diep adem, drinken alvast een kopje thee en onthaasten even. Zo hebben we meteen een prachtige kans om ons krankzinnige leeftempo omlaag te schroeven. Uit ervaring weet ik: een huwelijksceremonie is ook mooi als het twee uur "te laat" wordt voltrokken...