maandag 17 september 2018

Integreren, hoe dan? afl. 9 Het onuitspreekbaar walgelijke



Een doeltreffende manier om iemand te beledigen is iets doen in zijn nabijheid dat hij ECHT HEEL VIES vindt. Of iemand beschuldigen dat hij iets ECHT HEEL VIES doet. Laat nu "het onuitspreekbaar walgelijke" deels cultureel bepaald zijn. En daarnaast in de meeste culturen een taboe van formaat zijn. Een klassieke mix voor interculturele botsingen dus.

Geloof je me niet? Hoe verklaar je dan dat mijn lieve en ruimdenkende nicht een land in het Midden-Oosten het vieste land noemde dat ze ooit had bezocht; terwijl mijn Arabische vrienden gruwen bij Nederlanders die hun schoenen aanhouden als ze op bezoek komen. Ikzelf beledigde ooit een Eritrese vriendin door mijn tanden te poetsen boven de keukengootsteen, en was zelf geshockeerd met wat voor gemak afval uit de bus werd gegooid in Jordanië. Amerikaanse vrienden wilden elke dag schone handdoeken, maar droegen wel dagen aan een dezelfde kleren. Mijn Australische schoonzus walgde ervan als Nederlanders hun handen niet wasten na toiletbezoek. (Nou ja dat vind ik eerlijk gezegd ook erg vies.)

Kortom: Wat als enigzins onhygiënisch wordt gezien in de ene cultuur, is in een andere cultuur reden om te rillen van gruwelijkheid.

In een multi-culturele setting is het dus vrij eenvoudig elkaar te laten gruwelen door je eigen hygiënische gewoontes. En aangezien hygiëne niet precies een onderwerp is waar je het onder het genot van en hapje en drankje uitgebreid over hebt, zijn we ons vaak niet bewust van onze hygiënische faux-pas.

In het algemeen denk ik dat in de Nederlandse cultuur de netheid van de buitenruimte erg belangrijk is, terwijl in veel andere culturen de hygiëne van de persoonlijke ruimte belangrijker is. In Nederland is de buitenruimte "van iedereen" en daarom zijn we er samen verantwoordelijk voor. Een Nederlander die op straat spuugt, zijn afval op straat dumpt, of op een andere manier de buitenruimte vervuild wordt daarom gezien als een 'aso'. In veel andere culturen is de buitenruimte "van niemand", en dus is niemand er verantwoordelijk voor. Nou ja, de overheid is er verantwoordelijk voor. Je afval laten slingeren is werkverschaffing. De buitenruimte vervuilen is niet zo'n faux pas als in Nederland.

De persoonlijke ruimte moet wel schoon zijn. En de persoonlijke ruimte van een ander bevuil je per definitie niet. Mijn Eritrese vriendin was daarom zo verbolgen over mijn tandenpoets-actie: de keuken is alleen voor eten bereiden. Schoenen zijn voor buiten, handen was je na elk toiletbezoek met zeep.

In een interculturele setting is het dus zaak om elkaars hygiënische gewoontes te leren kennen, maar hoe? De indirecte communicatie-methode is waarschijnlijk een belangrijke eerste strategie. Het is vreselijk beledigend om zichtbaar te gruwen over de gewoontes van je gesprekspartner. Gruwen over de vieze gewoontes van een derde is minder erg (maar zorg dat die derde dit niet weet). Leer je meteen waar je gesprekspartner van gruwt.

Overigens, de meeste hygiëne-regels uit vreemde culturen zijn best logisch. Maar bij sommige regels had ik gewoon nooit zo stil gestaan. Wij hebben door de jaren heen flink wat van die regels geadopteerd in ons huis: schoenen uit, handen wassen, niet in het openbaar in je neus pulken. Zo kunnen we in een interculturele setting leren van elkaar en elkaar stimuleren betere gewoontes te ontwikkelen. Zodat we op termijn alleen nog maar gruwen van Nederlandse kleuter-grapjes. Die giechelen namelijk nog heerlijk over "Het Onuitspreekbare Walgelijke". Laten we dat maar zo houden.  

dinsdag 11 september 2018

Integreren, hoe dan? afl. 8 Machtsafstand


https://politiek.tpo.nl/2017/10/13/fotos-mark-rutte-stapt-jaren-weer-eens-op-fiets/
Onze minister-president gaat op de fiets door Den Haag. En daar zijn we als Nederlanders trots op. Niet vanwege de duurzaamheid van de fiets, maar omdat onze minister-president dus ‘zo gewoon is gebleven’, ‘niet omhoog is gevallen’.  In Nederland denken we dat gezag, en de bijbehorende macht, gerelateerd is aan de functie die iemand bekleed. Machtsoverdracht is dus ook relatief eenvoudig: je termijn zit erop en dus gaat de functie en het bijbehorende gezag naar de volgende functionaris. 

We zijn collectief allergisch voor machtsafstand en gefixeerd op gelijkheid. Vandaar ook onze obsessie met handen schudden: mannen die vrouwen een hand schudden, zouden daarmee communiceren dat zij vrouwen als gelijkwaardig zien. Maar met deze allergie zijn we echt een vreemde eend in de bijt in de wereld. Bij twee verschillende cursussen werd ons als cursisten gevraagd een machtspuntenlijst in te vullen: ben je man (1 punt), ben je getrouwd (1 punt), heb je kinderen (1 punt), heb je een Master (1 punt), een fancy auto (1 punt), een mooie computer (1 punt), spreek je Nederlands (1 punt) etc. Het viel mij op dat veel Nederlanders erg begonnen te sputteren bij het doen van deze oefening: Deze eigenschappen horen helemaal niet te zorgen voor meer macht! 

Tja, ik zou ook willen dat er niet zoiets was als machtsafstand. Maar helaas het maakt wel uit. En voor je beweert dat deze eigenschappen in Nederland niet zorgen voor macht: we hebben nog nooit een vrouwelijke minister-president gehad; aan mijn man is nooit gevraagd tijdens een sollicitatiegesprek of hij een kinderwens had, en we gaan massaal op hoge poten naar de juf als ons kind een VMBO-advies krijgt. Het maakt dus stiekem wel uit. 

Maar, als ‘machtige’ moet je vooral zo gewoon mogelijk blijven doen: met de fiets naar je werk, iedereen mag je tutoyeren, en een leuke practical joke op zijn tijd ten koste van jou, moet je vooral erg waarderen. Deze ‘logic of appropriateness’ zoals dat in politicologische termen heet, wijkt erg af van veel andere landen. Zelfs in Engeland en Frankrijk zijn de verwachtingen van gezaghebbenden anders. In sterk hiërarchische landen hoort een persoon met gezag niet alleen de beslissingen te nemen, maar ook de eer van de community hoog te houden door bijvoorbeeld een mooie auto te rijden. Hij kan niet zomaar vervangen worden, want het gezag is aan de persoon en niet aan de functie gekoppeld. Ook hoe je omgaat met machthebbers verschilt per cultuur. In veel culturen is bijvoorbeeld het tegenspreken van mensen met meer machtspunten een no-go. Je houdt je mond totdat je uitgenodigd wordt om te spreken. 

Wat voor gevolgen hebben deze verschillen nu in multi-culturele settings. Toen ik lesgaf aan de universiteit zag ik steeds hetzelfde mechanisme: Als ik de vloer open gooide voor een open debat, zag ik een prachtige discussie tussen met name blanke, Nederlandse mannelijke studenten, aangevuld met de extravertere Nederlandse vrouwelijke studenten. Mijn ‘third-culture[1]’ studenten kwamen er op eigen houtje vaak niet goed tussen.

Nu wisten deze TK-studenten best dat ze behoorden mee te discussiëren. Als ze de kans kregen, hadden ze zelfs vaak heel goede punten in te brengen. Daarom vermoed ik dat dit mechanisme een gevolg is van verschil in reactiesnelheid. Om over je interne culturele barrière te stappen, heb je een paar seconden nodig. In een "open" debat met studiegenoten zonder culturele barrière ben je dan vaak net te laat. Een Hollander is al begonnen met praten.

Voor de discussie in zo'n seminar hielp het daarom erg om als docent wat meer sturing te geven: ik maakte gebruik van trucs als “de talking stick”, het “overleg eerst met je buurman en geef samen een antwoord”, en klassieke debat-vormen. Ook indirectere vraagstelling kan helpen: Hoe zou gezaghebbend persoon x uit cultuur y hierop reageren? De juiste balans hierin bewaren was wel een grote uitdaging: teveel sturing en de Nederlandse studenten haakten af.  

Niet elke discussie vindt plaats in een klaslokaal, dus de vraag rijst: hoe kunnen we in andere settings elkaar genoeg ruimte geven om voluit mee te praten? Voor Nederlanders is bewustwording van machtsongelijkheid een belangrijke eerste stap: een open gesprek is nog niet een gelijkwaardig of inclusief gesprek. Een open samenleving is nog geen inclusieve samenleving. Machtsafstand is er, ook in Nederland. Wanneer we dit blijven negeren, blijven er mensen met minder (ervaren) macht buiten de boot vallen. En dan, terwijl je bewust raakt van machtsafstanden, wees eens lief en tel in je hoofd tot 5 voor je reageert, of vraag eens hoe er in zijn cultuur naar gekeken wordt. Je third-culture of niet-Nederlandse gesprekspartner heeft vast een ander en dus vernieuwend perspectief. Mis je dat perspectief de volgende keer niet meer!



[1] Third culture kids zijn kinderen die opgroeien in een andere cultuur dan de cultuur van hun ouders. Zij ontwikkelen een eigen ‘derde cultuur’ dat een mengvorm is van de cultuur van de ouders en de cultuur van het land waarin ze opgroeien. In dit geval bedoel ik dus die Nederlandse studenten wiens ouders uit een andere cultuur komen.