dinsdag 9 oktober 2018

Integreren, hoe dan? Wat Third Culture Kids ons kunnen leren over integratie


Integratie = Nederlander worden?

Op 4 oktober publiceerde de Telegraaf een interview met Dominic Boot over zijn frustraties met integratie. Hij schreef: “We willen toch toe naar e één land en één cultuur, waar we gezamenlijk voor mijn part het Wilhelmus zingen, waar we weten wie onze zeehelden zijn en waar we de Nederlandse geschiedenis leren – in plaats van die te veroordelen, wat tegenwoordig zo vaak gebeurt? Draag als buurthuis uit: jullie moeten uiteindelijk Nederlander worden.” Zonder af te willen doen aan de pijnlijke situatie van meneer Boot (afgewezen worden als taalvrijwilliger vanwege zijn geslacht) vind ik zijn doel van integratie onwenselijk en onhaalbaar.

Onwenselijk, omdat elke cultuur, ook de Nederlandse, haar eigen mooie en minder mooie kanten heeft en haar eigen blinde vlekken. Juist in de interculturele ontmoeting leren we onze eigen cultuur kennen en kunnen we groeien als mens en maatschappij. Dat is toch juist ook de leut van het maken van verre reizen?
Onhaalbaar ook: socialisatie –i.e. het proces waardoor mensen hun culturele identiteit ontwikkelen – is een complex, levenslang en grotendeels onbewust proces. Een inburgeringscursus, hoe goed ook opgezet, vormt hoogstens een steentje in het mozaïek van iemands culturele identiteit.

De koffer van een migrant 

Migranten kunnen zeker gewaardeerde leden van de Nederlandse samenleving worden. Ik wens het elke migrant toe dat ze zich gaan thuis voelen in Nederland dat ze hier opbloeien en een goed leven zullen hebben, goed voor zichzelf en goed voor hun omgeving. Maar migranten nemen altijd hun eigen levenservaring mee: een koffer gevuld met ervaringen, kennis, wereldbeeld en culturele waarden. En die koffer kunnen en zouden ze niet moeten weggooien om in Nederland te leven. Ik heb zelf een aantal keer mee gemaakt dat ik in een nieuwe context terecht kwam waar nauwelijks oog, laat staan respect, was voor mijn ‘koffer’. Ik vond het bijna onmogelijk om in zo’n context betekenisvol te kunnen bijdragen. Niet omdat ik niet zag wat ik zou kunnen bijdragen, maar vooral omdat de mensen om me heen niet openstonden voor mijn bijdrage. Ik vrees dat we als samenleving op grote schaal de waardevolle input van migranten missen, omdat we het simpelweg over het hoofd zien in onze pogingen hen te helpen ‘integreren’.

Hoe Third Culture Kids integreren

In een vorig blok had ik het in een voetnoot al over Third Culture kids: kinderen die opgroeien in een andere cultuur dan de cultuur van hun ouders. Deze kinderen worden Third Culture Kids genoemd omdat zij een eigen culturele identiteit zullen ontwikkelen dat, als het goed is, een mengvorm zal zijn van de cultuur van hun ouders en de cultuur van het land waar ze in opgroeien. Deze culturele identiteit kan een echte mengvorm zijn, of er kan compartimentalisatie optreden: kinderen gaan hun gedrag, en de normen en waarden waar ze naar leven aanpassen aan de context waar ze zich op dat moment bevinden. Ik sprak laatst een ervaren buurtwerker die dit laatste veel zag gebeuren bij de kinderen uit ‘zijn’ wijk. De gevolgen voor henzelf en voor hun omgeving zijn helaas behoorlijk negatief.


Integratie in een multi-culturele samenleving lijkt op het socialisatieproces van Third Culture Kids, alleen dan op groepsniveau. Bij succesvolle integratie komen mensen uit verschillende culturen met elkaar in aanraking, gaan actief op zoek naar positieve manieren om met elkaar samen te leven, en zo ontstaat langzaam een “derde cultuur”, een mengvorm van de verschillende culturen waarin iedereen zich thuis kan voelen. Bij falende integratie ontstaan er in de samenleving compartimenten van verschillende culturen. Om te kunnen overleven in de verschillende contexten moet je je steeds vergaand aanpassen aan de context waarin je je op dat moment bevindt. Resultaat: onbegrip, verlies van waardevolle middelen, en heel veel doodvermoeide mensen.

Ingrediënten voor succesvolle integratie

Onderzoek wijst uit dat succesvolle integratie het makkelijkst verloopt in een context waarin iedereen zichzelf als nieuwkomer beschouwt. Toen ik ging studeren in een ander deel van Nederland was ik van te voren vreselijk zenuwachtig over de overgang. Mijn moeder stelde me gerust met de woorden: “Bedenk dat iedereen nieuw is”. Ze had gelijk, mijn jaargenoten waren allemaal nieuw, hadden allemaal behoefte aan nieuwe vriendschappen en dus ging het integratieproces relatief snel. Het kostte me ongeveer een jaar om me thuis te gaan voelen eerst in Leiden, later tijdens mijn promotie in Delft ook. Toen ik verhuisde naar Zaandam kwam ik echter in een context waarin ik de enige nieuwkomer was. Het integratieproces duurde aanzienlijk langer, want niemand zat op me te wachten. Oudgedienden hebben hun leven op orde, hun werk, hun vriendenkring, hun hobbies en vinden het wel best. Om een plaats te veroveren in hun leven en hart moest ik hard werken en veel geduld hebben. Pas na 5 jaar, rond de geboorte van mijn dochter ontdekte ik dat ik echte vriendinnen had gemaakt en begon het gevoel te krijgen een beetje erbij te horen. Pratend met veel leeftijdsgenoten merkte ik dat ik deze ervaring deel met vrijwel iedereen die als werkende naar een andere stad verhuis, en dus ook met mijn migrant-vrienden.


Lessen voor oudgedienden

Wat kunnen we nu als oudgedienden in de Nederlandse samenleving leren van Third Culture Kids? Ik trek drie lessen, simpel te trekken, moeilijk uit te voeren: 1) laat de verwachting/wens los dat jouw “Nederlandse” cultuur onveranderd moet of kan blijven, enkel omdat je eerst was. Cultuur verandert, dat kan je als volwassene best aan. 2) Stel je leven blijvend open voor nieuwkomers. Ik heb zo’n “een vraag per dag”-dagboek. Een van de vragen is: “Heb je de laatste tijd nog nieuwe vrienden gemaakt?” Ik stel voor dat we ons leven lang die vraag met grote regelmaat bevestigend kunnen beantwoorden. 3) Tenslotte, blijf genieten van de culturen om je heen. Je hoeft niet meer een verre reis te maken om cultuur te kunnen snuiven. Je loopt gewoon eens binnen bij de plaatselijke Turkse/Marokkaanse/Aziatische/Ethiopische supermarkt. En dat is dan meteen ook een stuk duurzamer.





maandag 1 oktober 2018

Verduurzamen, hoe dan? afl. 1 Huisje BOOMPJE Beestje of de weg naar een groene tuin

Al heb ik zonnepanelen op mijn dak, toch zou ik nog best wel duurzamer kunnen leven. Dit jaar daag ik mezelf uit: elke maand ga ik mezelf een nieuwe duurzame gewoonte aanleren, of iets aan mijn huis verduurzamen.

Afgelopen lente gaven we een klein feestje voor onze familie, toen ik pardoes met mijn tuinstoel door mijn terras zakte. Een muis had zich afgelopen winter blijkbaar een woning verschaft onder ons terras, vlakbij onze spouwmuur. Lekker warm.

Wij kochten 2 jaar geleden ons huis met een "onderhoudsarme tuin": Een postzegel van een tuin in de randstad. Ons huis is een dame op leeftijd en dus ligt onze tuin een beetje lager dan de achterdeur. Het bleek een ware uitdaging voor onze kruipende dochter. In een onbewaakt ogenblik rook ze de vrijheid, kroop naar buiten en viel met haar gezichtje op de stenen. Ik liet meteen het idee los dat een onderhoudsarme tuin zo fijn is voor kinderen. Onze tuin ligt op het Zuidwesten, dus van de zomer hadden we dus volop zon. In juli leek onze "onderhoudsarme tuin" meer een veredelde sauna en ik droomde van een groene oase. Het beeld "ieder zat onder zijn eigen boom" voor een periode van vrede en voorspoed klinkt volkomen zinnig als je zit te puffen in een "onderhoudsarme tuin".

Tijd dus om onze tuin opnieuw in te richten, en wij wilden graag een groene tuin. Bijkomend voordeel: een groene tuin is ook nog duurzaam. In een gemiddelde stad is 70-90% van het oppervlak bebouwd of bestraat. Al dit grijs is natuurlijk superhandig voor de bereikbaarheid, maar er kleven ook wat nadelen aan. De belangrijkste nadelen zijn: 1) grotere kans op wateroverlast, 2) meer hittestress in de zomer, 3) een verarming van de biodiversiteit. Op https://dialoog.wur.nl/uitgelicht/klimaatslimme-stad-meer-groen/ staan deze nadelen goed beschreven en ook waarom vergroening helpt. Kort gezegd: Water kan de grond intrekken als er geen beton op ligt; Vegetatie zorgt voor schaduw en verkoeling in de zomer; vegetatie zorgt ervoor dat meer dieren kunnen overleven in de stad.


Nu zijn we niet de enige die best een groene tuin willen, maar uit onderzoek blijkt dat er best wel wat praktische redenen zijn waarom mensen hun tuin toch niet vergroenen. Zie bijvoorbeeld: https://www.rainproof.nl/sites/default/files/van_grijze_naar_groene_tuinen_samenvatting_voor_praktijk.pdf Een van de redenen is dat mensen niet goed weten waar te beginnen. Daarom deze blog: ter inspiratie.

Het ontwerp
Wij hebben beiden nog geen hele groene vingers, dus onze groene tuin moest niet te ingewikkeld worden. Daarnaast wonen er in de buurt nogal wat katten. Niets ten nadele van katten, maar kattenpoep stinkt en is potentieel gevaarlijk voor kleine kinderen. Onze oude plantenborder werd al gebruikt als openbare kattenbak, dus onze groene tuin moest niet door de buurtkatten worden gezien als een uitbreiding van de openbare faciliteiten. Ten derde moest de tuin onze kinderen stimuleren om lekker buiten te gaan spelen. 

Onze keus viel om deze drie redenen op een flinke grasmat:
Ik las op internet dat katten hun poep graag begraven, dus een tuin waarin ze niet goed kunnen graven (omdat 'ie helemaal begroeid is bijvoorbeeld) schijnt het beste te zijn tegen kattenpoep. In theorie zou gras dus een kat ontmoedigen daar te poepen. Een tuin waar mijn dreumes zelf in en uit kan kruipen lijkt me ideaal: Gras bij de voordeur is lekker zacht voor haar, en ze vindt gras oneindig fascinerend. Gras is ook niet zo ingewikkeld te onderhouden: gras maaien, af en toe bemesten, en 1x per jaar verticuteren. We hopen dat we deze klussen nog wel onder de knie krijgen. 

Onze luie tuiniergenen inspireerden ons om een druppelleiding onder de grasmat aan te leggen. Op droge dagen kunnen we ons gras makkelijk bewateren.

Op het balkon van onze vorige woning hadden we gemoestuinierd in grote bakken. We zouden ook graag in onze tuin een moestuintje hebben, maar de Zaanse grond is niet zo schoon, dus moestuinieren in de volle grond is niet zo'n goed idee. We besloten om een deel van de bestaande border af te graven. De bodem bedekten we met worteldoek en we schermden het afgegraven deel af met een muurtje van onze oude terrastegels. Op het worteldoek storten we schone grond. In dit gedeelte gaan we kruiden en vruchten verbouwen. We moeten nog een oplossing vinden voor de slakken, maar we hebben nog even voor het nieuwe moestuinseizoen weer begint. Het kattenprobleem pakten we aan door op de border een afschermdoek te leggen, dat wel water doorlaat maar onkruid schijnt tegen te houden. En deze doek houdt ook katten tegen om hun poep in onze tuin te begraven.  

Achter in de tuin hebben we een houten vlonder met pergola gerealiseerd. Aan de pergola hangen nu schommels. Op termijn willen we er ook nog een glijbaan aan bouwen. In de zomer kunnen we aan de pergola een hangmat aanhangen. Wanneer de kinderen groter zijn, kunnen de schommels en glijbaan weg. Achteraf blijkt een houten vlonder niet te tellen als vergroening, maar het water kan wel wegstromen de grond in en hout verkoelt ook. Dus ik vond het toch een vooruitgang op steen. In de hoek bij ons huis komt een zandbak met aan de schutting een schoolbord zodat de kinderen ook kunnen krijten. Dit is het enige niet groene plek in de tuin. Ik denk wel dat het de kinderen zal stimuleren lekker buiten te gaan spelen en dat wilden we ook graag. 

Een laatste anti-kat maatregel is de aanschaf van een kattensensor: bij het binnendringen van een kat in de tuin geeft het apparaat een ultrasoon geluid af waar de katten niet van houden. We zullen zien hoe effectief dit apparaat is. Er is ook nog een soort supersooker-versie: een binnendringer wordt bestookt met een straal water. 


Onze onderhoudsarme tuin was 75% grijs. Na verbouwing is de tuin 75%-95% groen (afhankelijk van hoe je het vlonder rekent). Kosten: +/- 1500 euro en 2 weken hard werken. Ons eigen mini-oasetje in de drukke randstad. Laat zomer 2019 maar komen.