dinsdag 28 augustus 2018

Integreren, hoe dan? afl 7 Tijd



Tien jaar geleden trouwde een van mijn beste vriendinnen met een Zuid-Amerikaan. Wij waren nog yup en zagen een mooie smoes voor een prachtige reis naar Zuid-Amerika. Dus we pakten onze koffers en vlogen naar Zuid-Amerika voor de bruiloft. We hadden een uitnodiging gekregen voor de bruiloft waarop stond dat het zou beginnen om half vier. Om half vier kwamen we aan op de feestlocatie en… er was niemand. De bruidegom stond nog onder de douche, de feestlocatie werd nog opgetuigd. Twee uur later begon de ceremonie pas, en iedereen leek het te weten. Alleen wij rare Nederlanders zaten daar 2 uur duimen te draaien.

Nederlanders maken een afspraak: je bent er en je bent op tijd. Door op tijd te komen laat je zien dat je de persoon met wie je een afspraak hebt waardevol vindt, want je dwingt hem niet zijn tijd te verdoen. Regen, file, onverwachts bezoek dat voor je deur staat: het is in Nederland allemaal geen geldig excuus voor te laat komen. Voor belangrijke zakelijke afspraken calculeer je vertraging in; dan loop je maar een extra rondje voordat je naar binnen gaat. Voor informelere afspraken hebben we het “huppeldepup” kwartiertje: Ik heb inmiddels kennisgemaakt met het Brabants kwartiertje, het Leids kwartiertje, het Delfts kwartiertje, het academisch kwartiertje, het Zaans kwartiertje. Kortom: in Nederland mag je bij informelere afspraken maximaal 15 minuten te laat komen. Als ik  te laat dreig te komen, bel of app ik even. Dat is noodzakelijk voor mijn eigen gemoedsrust.

Mijn niet-westerse vriendinnen halen rustig hun schouders op over mijn 15-minuten-te-laat appje. Een lunchafspraak om 12:00? Aangezien voorbereidingen en reistijd ook horen bij de gebeurtenis ‘lunchen’, betekent die afspraak voor hen zoiets als: ergens tegen enen wordt je verwacht. Regen en onverwachts bezoek zijn natuurlijk redenen dat je niet komt. Over afzeggen wegens regen hoef je niet eens te bellen, natuurlijk gaat het dan niet door. Het is beledigend om onverwachts bezoek de deur te wijzen, dus zeg je je volgende afspraak af, of kom je niet opdagen. 

Deze verschillende interpretaties van tijd zijn een recept voor culturele botsingen in een multi-culturele samenleving. Ik ken helaas verschillende voorbeelden van jongeren die door deze botsing in de problemen komen. Ze zijn bijvoorbeeld niet op tijd op hun werk, doordat ze thuis plotseling in moesten springen en daardoor verliezen ze hun baan.

Een van de dingen die kan helpen is vroegtijdig over deze verschillen praten. Een vriendin van mij vertelde me dat ze na 4 jaar heeft ontdekt dat je in Nederland 15 minuten te vroeg moet komen, en dat ze dat graag meteen in het begin had geweten. Bovendien, in een vroegtijdig gesprek zijn de frustraties over en weer nog niet zo hoog opgelopen dat genade geen kans meer heeft. Laten we daarom dit gesprek snel voeren met nieuwkomers: Hoe beleven we tijd? Waarom vind je op tijd komen zo belangrijk/ waarom kan je geen nee zeggen tegen onverwachts bezoek? Hoe kunnen we hier samen een weg in vinden?

Een andere optie leerde ik van een Nederlandse coach een paar jaar geleden:  Hij besloot de term “te laat” te vervangen voor “laat”. Iemand kon “laat” zijn, maar niet meer "te laat". “Te laat” gaf alleen maar heel veel stress. Door zijn tijd ruimer in te delen, kon hij het ‘laat zijn’ van zijn cliënten ondervangen. Dit lijkt mij een mooie middenweg: In informele settings vervangen we de uitdrukking “te laat” voor “laat”.  Als de ander laat is, halen we diep adem, drinken alvast een kopje thee en onthaasten even. Zo hebben we meteen een prachtige kans om ons krankzinnige leeftempo omlaag te schroeven. Uit ervaring weet ik: een huwelijksceremonie is ook mooi als het twee uur "te laat" wordt voltrokken...

maandag 13 augustus 2018

Integreren, hoe dan? afl. 6 Impertinente vragen, botte antwoorden


Mijn ervaring is dat ik het meest last heb van culturele botsingen in kleine dingen. Wat voor lunch je gebruikt, wat je hygiënisch vindt, en hoe je omgaat met vragen en antwoorden. De komende afleveringen van deze blog gaan daarom over dit soort kleine communicatie-dingen.

Nederlanders staan bekend om hun directheid. Eerlijkheid hebben we tot een kunst verheven. 
In de meesten culturen wordt dat ervaren als bot en onbeleefd, Nederlanders vinden dat eerlijk en recht door zee. Toen ik net studeerde, belde ik op een gegeven moment aan het eind van de middag mijn huisgenoten op of ik mee kon eten. "Nee." was het bondige antwoord. Tja, duidelijk was het wel. Dus vraag nooit een Nederlander wat hij/zij vindt van je nieuwe outfit/haar/gadget, tenzij je het echt wil weten. 

Ook ik ben geïnfecteerd met dit eerlijkheidsvirus. Als ik probeer om geen, indirect antwoord te geven, of de waarheid verzwakt weer te geven, word ik vreselijk nerveus. Lastig, want in sommige culturen wordt het bijvoorbeeld als onbeleefd ervaren meteen in te gaan op een aanbod: “maar, maar dan moet ik dus eerst liegen als iemand aan me vraagt of ik dat stuk appeltaart wil?” Ja, dat klopt. En mij lukt dat nog steeds bar slecht.

Maar het is helemaal lastig wanneer je wordt geconfronteerd met impertinente vragen: In het Midden-Oosten werd ik regelmatig geconfronteerd met vragen over zaken die ik privé vind. Mij werd bijvoorbeeld meer dan eens het volgende rijtje vragen gesteld: “hoe heet je, hoe oud ben je, ben je getrouwd, heb je kinderen, ben je zwanger, waarom niet?” Pardon?! Het was een interessant experiment toen ik de vragen niet beantwoordde, maar ze terug stelde. Plotseling begonnen mijn gesprekspartners over compleet niet gerelateerde onderwerpen. Lijkt me een uitstekende tactiek, maar mijn handicap is dus dat ik op zulke momenten even geen compleet ongerelateerd onderwerp kan verzinnen. 

En zo kwam ik erachter dat de Nederlandse cultuur weliswaar een veel directere vorm van antwoorden hanteert, maar daar tegenover een groter reservoir heeft van vragen die je niet stelt. Bijvoorbeeld: Wanneer is de laatste keer dat je een kennis hebt gevraagd wat hij/zij verdient? Ook je religie, en het geslacht en de naam van je ongeboren kind behoren in Nederland tot de categorie vragen die je niet stelt.

Wist je dat de vraag “wat verdien je?” een van de eerste vragen is die veel gebruikte lesmethodes aan nieuwkomers aanleren? Dat past namelijk zo mooi bij het thema ‘geld’.  Ik geloof dat de ontwikkelaars van deze lesmethode niet helemaal hebben stilgestaan bij de culturele implicaties van die vraag.  Als vroeger een telemarketer mijn vader die vraag durfde te stellen, kreeg hij altijd behoorlijk de wind van voren: tja, botte Hollander he.

Als ik tegenwoordig een impertinente vraag gesteld krijg, maak ik er meestal een les interculturele communicatie van. Bijvoorbeeld: “In Nederland houden we de naam van de nieuwe baby geheim tot de geboorte.” Dit praten over hoe we communiceren is in de interculturele communicatie sowieso een goede tip. Dat werkt toch verbindender, dan een bot antwoord te geven. Mijn taalstudentes kregen in ieder geval meteen mee dat ze echt nooit, nooit, nooit, aan een Nederlander moeten vragen wat hij verdient (tenzij je HR-medewerker bent of in de telemarketing werkt, en zelfs dan….). Lekker direct, dat is wel zo duidelijk. 😅

dinsdag 7 augustus 2018

Integreren, hoe dan? afl. 5 Familiebanden en community


Voor Nederlandse begrippen zijn wij best een hechte familie. De familie-app aan beide kanten wordt intensief gebruikt en we bellen en zien elkaar regelmatig. Maar onze niet-Nederlandse vrienden zijn geshockeerd over onze verwaarlozing van onze ouders. Toen mijn schoonvader vorig jaar ziek werd, stelde een goede Syrische vriend van mijn man voor om samen mijn schoonvader te gaan halen, zodat hij een tijdje bij ons thuis kon wonen en door ons verzorgd kon worden. Nu moet mijn schoonvader er volgens mij niet aan denken om een aantal weken in ons relatief kleine huisje te moeten wonen en door mij verzorgd te worden, dus wij dachten dat dit een wat minder goed idee was van onze vriend. Gelukkig woont mijn schoonzus bij mijn schoonouders in de buurt en konden we dus in alle oprechtheid vertellen dat zij nu extra vaak naar mijn schoonouders ging.

Een klein voorbeeldje dat illustreert hoe veel steviger de familiebanden in veel andere culturen nog zijn in vergelijking met de familiebanden in Nederland. Je ouders zo lang mogelijk zelfstandig laten wonen en daarna naar een verzorgingstehuis laten gaan is not-done in veel niet-westerse culturen. Zij hebben toch ook voor jou gezorgd toen jij een baby was en nog niets kon? Maar deze familiebanden staan wel onder spanning wanneer iemand gaat emigreren. Je kan niet meer even snel op bezoek, en je familie heeft geen visueel beeld bij jouw leven.

En dan zijn er de grote levensgebeurtenissen, die moeilijker deelbaar zijn: Ik zit bijvoorbeeld in de levensfase dat vrouwen kinderen krijgen. Mijn niet-Nederlandse vriendinnen krijgen ze ook, ver weg van hun eigen moeder en het netwerk van vriendinnen thuis. In onze steden worden we bovendien veelal verwacht om onze kinderen alleen op te voeden. De thuisblijfmoeder lijkt een bedreigde diersoort. Wanneer je niet werkt en geen groot netwerk hebt in de buurt van andere vrouwen kan je snel vereenzamen. Helemaal als je niet zo behendig bent op de fiets, niet gewend aan de regenjas en geen rijbewijs hebt. Het venijn van eenzaamheid is dat het zo goed is in mensen lamslaan en zo komen mensen al snel terecht in een vicieuze cirkel. Een vraag die mij sterk heeft bezig gehouden: waar kunnen eenzame jonge moeders heen voor wezenlijk contact? Welke community is open genoeg om hen op te nemen? Een wekelijks gymclubje is fijn, maar verdrijft niet structureel eenzaamheid

Wij Nederlanders zijn niet zo goed meer in community: het feit dat ik hier ‘community’ schrijf en niet het Nederlandse woord ‘gemeenschap’ bevestigt enkel mijn punt. Individualistisch tot het bot, maar daardoor ook weinig oog voor onze eigen behoefte aan wezenlijk contact en die van anderen.

Claudia de Breij zong het treffend: “Mag ik dan bij jou?”. Laten we als millennials eens proberen community opnieuw uit te vinden. Daarbij kunnen we ons goed laten inspireren door de familierelaties van onze niet-westerse vrienden. Met zo'n multiculturele community nieuwe stijl komt het met die sociale integratie vast ook helemaal goed.